De blauwe boom, deel 2

Daar ben je dan, bewust van het feit dat je een blauwe boom bent. Dit kunnen, willen en durven zien gaf je de lang gezochte rust, en een sierlijke kracht.

Je durfde eindelijk blauw te zijn, je hoefde dit niet langer te camoufleren. Alle groene blaadjes waarmee je je had proberen te bedekken, kon je langzaam van je af schudden. Met de kwetsuren die verborgen lagen onder het groen ging je aan de slag. Door er aandacht aan te schenken, door heel zacht en mild jezelf te gaan verzorgen.

Je investeerde volop in je blauw zijn. Je leerde opnieuw genieten. Heerlijk was het om je niet meer alleen te voelen. Om te durven groeien op je eigen ritme.

Geleidelijk aan tastte je je nieuwe plaats af in het bos. Hoe zal je je gedragen tussen al dat groen? Hoe wil je en hoe durf je dit te doen?

Nog niet helemaal duidelijk hoe je dit concreet zou invullen, zou je in elk geval je uiterste best hiervoor doen. Je was dan wel blauw en een stuk milder voor jezelf, naïef was je niet, je zag heus wel dat je wat tijd in te halen had. En neen hoor, de lat hoeft al lang niet meer zo hoog en groen te zijn, een blauwe lat was meer dan voldoende.

En zo ging je weer op weg, op weg naar ‘er’. ‘Maar ik haast me niet hoor’, zei je tegen jezelf. En met elke hindernis die je overwon, richtte je steeds meer jouw aandacht naar je buitenkant.

Je moest niet langer meer de grote, sterke groene boom zijn, maar dan wel het liefst de beste blauwe boom. Met de grootste zachtheid, de sterkste buigzaamheid en de mooiste krullen.

Bij het zien van andere blauwe bomen zette je je beste blauwe takken op de voorgrond, en vergeleek je stiekem hun buitenkant met die van jou. Hoe het met hen ging, wat je voor elkaar zou kunnen betekenen, verdween geleidelijk aan op de achtergrond.

Het lege gevoel  van binnen probeerde je te vullen met de overtuiging dat je goed bezig was. En dat de anderen je nieuwe vorm nog niet helemaal snapten. Het was slechts een kwestie van tijd voor je je terug op en top gelukkig zou voelen.

Je grote geluk had je verward met je grote gelijk. En opnieuw voelde je je alleen. Opnieuw voelde je je niet verbonden. Niet met de groene bomen, en ook niet met de andere blauwe bomen.

Was je dan toch weer fout bezig? Moet je je dan toch meer aanpassen en in bochten wringen om ergens in te passen? Had je te veel verwacht, van jezelf en van de ander?

Moedeloos liet je je takken hangen. Zo mogelijk nog lager dan voorheen. Hier was je al geweest. En dacht je nooit meer terug te zullen komen. En opnieuw probeerde je je tranen te verstoppen. Wie of wat zou je er nu in hemelsnaam weer boven op helpen?

Niet meer dan uit gewoonte nam je alles wat je zag op de bodem van het bos in je op. De afgekraakte takken, de gevallen blaadjes. Weggegooide rommel en chaos. Woekerplanten en onkruid. Hoe dit alles afzonderlijk toch een geheel vormde. Soms op elkaar inspelend, soms tegen elkaar botsend.

De fut om er je mee te moeien, om te zeggen hoe het beter kon, had je niet meer. Dus zweeg je aanvankelijk. Geleidelijk aan ving je de conversaties op van het leven op de bodem. Hoe lief en leed besproken werd. Hoe er samen gelachen en vrolijk werd gedaan. Hoe er getroost en gedeeld werd.  Hoe er getreurd werd en afscheid werd genomen. Hoe er respect was, voor gelijk welk aspect, voor gelijk welk anders zijn.

En neen, er was niet altijd voldoende tijd, en ja er waren al eens misverstanden.  Maar er werd hoe dan ook voor elkaar gezorgd.

Langzaam aan leefde je mee met alles wat onder jou gebeurde. Je hoorde verhalen van moed en verdriet die je diep raakten, en voor je het goed en wel door had, reageerde je ook luidop van uit jouw binnenkant. En je werd uitgenodigd om zelf ook te vertellen. Te delen. Uit te spreken.

Om niet alles in je eentje te dragen.

Om niet in je eentje te willen groeien, en zo ook niet in je eentje te vallen.

En zo keek je weer meer om je heen. Doordrongen van het ervaren van op de bodem, voel je je meer dan ooit gedragen. En sta je helemaal open om ook zelf te dragen waar nodig.

Een blauwe boom zijn, hoef je niet alleen te doen. Het blijft zoeken, zou je vroeger zeggen. Maar misschien is het gewoon tijd om je niet meer verstoppen.