Evenwicht

Hoe makkelijk is het toch om jezelf voorbij te lopen. Hoe vanzelfsprekend is het dan toch om jezelf dit kwalijk te nemen. Of hoe verleidelijk is het om het pakketje door te schuiven naar de ander. Het gebeurt zo ongemerkt dat ik soms versteld sta dat ik er ook nog in slaag om mezelf graag te zien. Af en toe toch. En gelukkig maar.

Onlangs was het weer zo ver. Een bepaalde situatie die helemaal niet verliep zoals ik verwachtte. Niet dat ik bewust vooraf mijn verwachtingen had vorm gegeven, maar nadien voelde ik wel het verschil ergens ter hoogte van mijn buik en tussen mijn opeengeklemde kaken.

Al tijdens het gebeuren had ik de neiging om steeds meer de schuld op de ander te schuiven. Er waren hoe langer hoe meer ook voldoende argumenten om dit te verantwoorden. Ik deed immers mijn uiterste best. Maar geleidelijk aan sloop de twijfel binnen. Had ik toch iets over het hoofd gezien? Had ik toch, of misschien wel net door mijn best te doen, iets ongewild uitgelokt? Om te eindigen met mezelf minstens als even schuldig te beschouwen.

Ik wist niet zo goed of ik nu kwaad moest zijn op mezelf, of toch maar voor het gemak op jou?

Kwaad zijn op jou lucht op. Even dan toch. Het vrijwaart me van mijn eigen ondergang. Jij bent slecht en ik daarom ontegensprekelijk goed. Even dan toch.

Kwaad zijn op mezelf getuigt van meer zelfinzicht. Kunnen, willen en durven zien hoe ik gefaald ben. Hoe ik weeral zo blind was.  Hoe ik dan toch maar beter in mijn schulp blijf. Veilig. Even dan toch.

Hoe moet ik dit nu toch oplossen? Of ik nu kwaad blijf op jou of op mezelf, geen van beide uitingen maken me rustiger. Geen van beide gedragingen geven me een mooi vooruitzicht wanneer ik jou opnieuw ontmoet: of ik stel me boven jou, of er onder. Onevenwicht gegarandeerd.

Net omdat ik mezelf ondertussen graag zie, wil ik mezelf hier niet in vast zetten. En als bij wonder zie ik het paadje dat onder mijn kwaadheid door loopt: ik voel me gekwetst. Het was echt niet fijn om me niet genoeg gedragen te voelen. Misschien liet ik het niet genoeg toe, en misschien zag jij het niet, maar feit blijft dat het mij raakte. En geen enkele kwaadheid kan dit gevoel te niet doen.

Met het kleine drama in mezelf te mogen zien, voorkom ik naar alle waarschijnlijkheid een (klein)drama in de buitenwereld. Met deze pijn een plaats te kunnen geven, is er niet de noodzaak om nog meer pijn te doen. Door mezelf niet als aansteller te beschouwen, is het niet nodig om me aan te stellen.

Het resultaat van onze nieuwe ontmoeting ken ik nog niet, maar de druk is weg. Meer nog, als jij het nodig hebt, zal ik klaar staan om  jou te dragen. En als ik zelf wat ondersteuning mis, zie ik nu dat ik dat ook aan jou mag vragen.

See you soon…