Jong geleerd…

Het begint waarschijnlijk onschuldig. Je hebt alles wat je al kan registreren in jouw wereldje in je opgeslagen, je hebt linken gelegd die veel dieper gaan dan wat je zelf kan bevatten, en je creatieve kriebels maken het briljante idee om als mini-volwassene te zorgen voor een verrassing. Een stuk aan banden gelegd door je kleine leefwereld en je noemenswaardige afhankelijkheid, maar nog helemaal niet afgeremd door al te rationele overwegingen voel je je de koning(in) te rijk.

De helft van het genot speelt hem al af nog voor het grote gebeuren. In je verbeelding voer je alles tot in de puntjes uit, je houdt rekening met alle mogelijke details die je jonge brein al kunnen voorzien, en vooral kijk je heel erg uit naar het gevoel op het moment suprême. Hoe dit precies voelt kan je nog niet zo goed inschatten, maar het staat vast dat het meer dan fantastisch zal zijn, glunderen in het kwadraat, minstens…!

Vol ijver ga je aan de slag, zo nauw mogelijk aansluitend bij het plaatje in je hoofd, en dapper slik je de teleurstellingen door wanneer je merkt dat dit niet zo evident is. De kers op de taart heb je immers nog tegoed, de glundering die van jou ontegensprekelijk de prins(es) van de dag zal maken.

Voor de vorm vraag je nog of ze blij zijn met de verrassing, maar ergens tussen weten en voelen ga je er van uit dat dit antwoord maar een deel van de waarheid is. Elk onuitgesproken detail sla je in je op en vormt de basis voor je volgende ondernemingen.

Door het verschil tussen je verbeelding en de realiteit is er altijd ruimte voor verbetering. En afhankelijk van hoe groot het verschil is, komt er geleidelijk aan ook steeds meer ruimte voor verbittering. Hoe dan ook, nadien probeer je het anders aan te pakken. Anders in de zin van ‘nog beter’. Nog beter inschatten, nog beter inplannen, nog beter uitvoeren, nog beter afwerken…

Tot je volwassen bent en je van niet beter weet dat dit jouw dagtaak is. Het waarom is je in de loop der jaren ontgaan. De verbeelding ben je al lang ergens onderweg verloren, je gelooft niet meer in je prins/prinsessendom, de kers op de taart verliest al zijn glorie omdat je weet dat je die niet cadeau krijgt, maar zelf dient te halen in de winkel. De teleurstelling en verbittering bouw je op voorhand al in, dat scheelt in de brokken achteraf, hopelijk.

En toch, elk gevoel dat een beetje in de buurt komt geeft je stiekem nieuwe hoop.

Alsof je alleen een prins(es) bent door wat je doet, en niet om wie je bent… alsof het prins(es) zijn iets is wat je moet verdienen en je kan ontnomen worden, en niet jouw gegeven op zich is…

Alsof het mooie in jou enkel de eindbestemming zou kunnen zijn, en niet jouw vertrekpunt…

Want stel je voor, wat wordt dan jouw nieuwe dagtaak…?