Mijn heldentocht

Ik denk niet. Ik kijk alleen maar. Gefocust. Alsof alles nieuw is. Alsof alles me interesseert. Alles behalve dat waarover het gaat. Ik voel niks. En dat voelt goed.

Semi-goed. Mijn lichaam is gespannen. Mijn kaken op elkaar geklemd. Mijn ademhaling oppervlakkig. Maar ik ben niet in mijn lichaam. Ik ben nergens. En dat voelt goed.

Ik kan hier niet blijven. Hoe langer ik in deze niet-wereld blijf, hoe moeilijker het is om terug te keren. Hoe harder de realiteit op me valt. Me verslindt. Hoe meer ik de brokken moet lijmen, terwijl ik niks heb kapot gemaakt.

Ik weet dat ik hier beter vandaan blijf, maar ik herken het pad niet wanneer ik het bewandel.

Het is een moeras, het verdrinkt alle werkelijkheid. Mijn kompas slaat tilt, mijn gevoel kan me niet langer leiden, enkel misleiden. Ik word levend opgegeten en het voelt goed.

Toch voor even.

Tot de zuurstof op is. En de bom ontploft. Ik kan terug voelen, maar moet eerst door de bergen kwaadheid en zelfverwijt heen. Ik heb draken te overwinnen en oorlogen te strijden. Ik voel me smerig en zwak, uitgeput en alleen.

Hulp en aanmoediging van aan de zijlijn wordt vervormd of gecensureerd, wie heeft daartoe toch opdracht gegeven…?

Zo onopvallend mogelijk zet ik de strijd verder. Niemand die het hoeft te zien, niemand die het hoeft te horen. Ik trek mijn plan wel. De draak van zelfmedelijden is de verraderlijkste. Er lijkt geen eind aan te komen. Of is het omdat ik stil sta?

Ik heb veel te slikken van mezelf, maar het voedt me niet.

En onverwacht gebeurt het dan toch. Een kleine trilling in het universum, een oprechte traan wordt geboren.

Ik open de deur, en vind me zelf terug. Ik haal diep adem en ik ontvang de woorden ‘ik zie je graag’…

Of het kan ook klinken als ‘mama, ik wil een ijsje…!’

Ik zie jullie ook graag, ook al ben ik even onderweg geweest…