Mijn schaduw

De schaduw komt en gaat, volgens een vast en rustig patroon.  Het neemt zijn plaats in en staat zijn plaats terug af. Zonder strijd, zonder weerstand. Alsof het zo bedoeld is. Alsof het alleen maar zo zin heeft, zinvol is. Alleen de wolken kunnen de schaduw overschaduwen. Alleen het donker is schaduwloos.

Je hebt de schaduw die er is, en je hebt de schaduw die je maakt.

In de schaduw van mijn huis vind ik heerlijke koelte en welkome rust. Het is een fijne plek om tot mezelf te komen en krachten op te slaan om daarna te kunnen schitteren in het volle daglicht. Op zijn best. Op zijn slechtst heb ik het er bitter koud en voel ik me afgesloten. De wind waait dwars door me heen en ik vind nergens houvast. Het is een akelige plek waar ik bang ben voor wat is én voor wat komt.

In de schaduw van mezelf zie ik al mijn kansen en mogelijkheden, het verlengde van mezelf. Ik kan er groeien en me voeden, me vullen met wat bij me past. Op zijn best. Op zijn slechtst zie ik alles wat er niet is, het tekortschieten van mezelf. Ik voel me uitgerokken en leeg, een luchtbel bang om uiteen te spatten.

In de schaduw van mijn dromen vormen zich mijn vleugels, kan ik boven mezelf uitstijgen. Ik sta in verbinding met alles en iedereen, ik leef en ik geef leven. Op zijn best. Op zijn slechts besta ik niet, ben ik onzichtbaar en ondeelbaar. Ik ben kapot en ik maak kapot. Ik ben bang van wat ik geworden ben.

Mijn schaduw komt en gaat op zijn best. Op zijn slechts neemt het te veel plaats in, of weigert het zijn plaats af te staan. Het gaat de strijd aan en zet zich schrap. Alsof het niet zo bedoeld is. Alsof het alleen maar zo zinvol zou kunnen zijn, tegen zijn natuur in.

Alsof mijn schaduw niet langer meer mijn contouren volgt, maar de schaduw lijkt te zijn van iets wat ik niet ben.

Of woon ik soms in een huis dat niet mijn huis is? Herbergt het niet mijn verleden, en vormt het daarom ook niet mijn toekomst? Waan ik enkel mijn lichaam als het mijne? Maar is het gevuld met het ongeloof van anderen? Zijn mijn dromen niet van mij, maar de nachtmerries gevormd door het lijden, verdriet, en zelfs de wraak van anderen?

Wat als ik zou stappen uit de schaduw die er is, als ik me laat schitteren in het zonlicht en kan kijken naar welke schaduw ik zelf daarin creëer? Volgens mijn patroon, met enkel mijn strijd en mijn weerstand.

Lijkt mij zinvol genoeg voor mijn mensenleven. Zou het zo bedoeld zijn?